“Research is the phase that precedes the realisation of an artistic project.”
(Herman Asselberghs en Steven Devleminck)
• Betrokken docenten: Dirk Kenis (contactpersoon), Piet Seurs, Stijn Mommen.
• Titel: Grafische en artistieke uitdagingen van ‘The Internet of Things’
• Situering:
Het hogere kunstonderwijs maakt momenteel een ingrijpende dynamiek van academisering mee. Binnen de masterstudio ‘Beeld en Medium’ passen we een artistieke onderzoeksmethodologie toe door de werkprocessen transparant te maken. Deze mastermodule moet dan ook opgevat worden als een ‘open werk’ met grote aandacht voor de processen die een artistieke creatie als eind- of beginpunt hebben. Beschouw de studio als een onderzoeksfase waarbij je jouw ideeën rond je eindwerk kan gaan verdiepen, bespreken en doordenken en die je in staat stelt het concept te verdiepen met een beter eindwerk als resultaat.
Het artistieke experiment en streven naar vernieuwing is tijdens deze zoektocht van groot belang, met nadruk op concept én beeldtaal. De technische uitwerking weegt m.a.w. minder zwaar door dan het creatieve proces. Dit neemt echter niet weg dat er een basiskennis rond het gebruik van Nieuwe Media vereist is.
We zullen tijdens het voortgaan van de module dan ook een heldere werkmethodologie hanteren, waarbij de groei of obstakels tijdens je realisatie extra aandacht krijgen. Reflectie en commentaar worden structureel in de module ingebouwd en drijven het werkproces vooruit. Volgens de Bono, een innovatie guru, ontstaat nieuwe kennis uit de combinatie van bestaande inzichten. Dit gebeurt vooral wanneer verschillende disciplines elkaar bevruchten. Voorgaande jaren werden reeds goede resultaten geboekt door studenten met een verschillende artistieke achtergrond te laten samenwerken in een team. De blog van onze module is hierbij een instrument om dit proces op de pas te volgen en geldt tevens als venster voor de andere studenten en docenten.
Je krijgt met andere woorden de kans om een diepgaand onderzoek te doen naar een specifieke probleemstelling rond nieuwe media. Dit onderzoek kan je nieuwe inzichten bijbrengen die je vervolgens kan integreren in je praktisch eindwerk.
Niet alleen het kunstonderwijs, maar ook de nieuwe media verkeert in een zoekende fase, en dit zowel op technisch, maatschappelijk als theoretisch vlak. Het wordt steeds meer duidelijk dat digitalisering en virtualiteit geen futuristische toverwoorden uit de toekomst zijn, maar integendeel steeds meer ons dagelijks leven én kunstpraktijk bepalen. Het design van deze virtuele omgevingen, objecten en interfaces zal in toekomst een belangrijke rol gaan spelen binnen de ontwerppraktijk en het beeldend experiment. Een reflectie over de eigenschappen van nieuwe media maakt dus verplicht deel uit van je project.
• Inhoud
De studenten werken gedurende de ganse module per twee volgens vooraf bepaalde duo’s. Bij de selectie van de werkgroepjes wordt rekening gehouden met een evenwichtige verdeling van de technische competenties van de studenten, in de vorm van een soort ondersteunend ‘buddysysteem’. De twee concepten van de eindwerken gelden als inspiratiemateriaal voor het werkproces. De dialoog, interactie of commentaar die de twee studenten op elkaars eindwerk geven, gelden als beginpunt om het proces op te starten. Dit kan verschillende vormen aannemen.
Het wordt nu reeds duidelijk dat huidig internet van webpagina’s evolueert naar een ‘Internet of Things’, met uitdagingen en opportuniteiten voor grafische vormgevers en vrije kunsten zoals interface design, (genetwerkte) datavisualisaties, serious games, en stylering van 2D naar 3D.
• Opzet
Een theoretische inleiding (2 hoorcollege’s) in Nieuwe Media moet zorgen voor een startcontext. Vervolgens moeten de studenten een aantal artikels zoeken rond Nieuwe Media die vanuit het eigen werk een relevante context vormen en bespreken met de theoretische docent. Deze theoretische insteek wordt ook expliciet beoordeeld. Het is in elk geval verplicht dat bij de uiteindelijke presentatie sporen terug te vinden zijn van de beide eindwerken.
Laat je creativiteit de vrije loop. Zoals eerder gesteld kunnen de duo’s, na goedkeuring van de begeleiders, een eigen traject volgen. Men mag zich hierbij niet beperken tot het gebruik van een Nieuwe Media toepassing : de reflectie van het gebruik van Nieuwe Media in het algemeen bij de uitvoering van het werkstuk moet in alle gevallen tot uiting komen.
In dialoog met de onderzoeksgroep ‘Beeld en Nieuwe Media’ worden de studenten begeleid door de coaches Stijn Mommens, Piet Seurs en Dirk Kenis.
• Evaluatie
Elke week zet elk duo up to date commentaar en beeldmateriaal (verplicht! ) over de tussenstappen en het verloop van het proces online op de collectieve Blog. Dit maakt ook deel uit van de evaluatie. Daarnaast geldt de eindpresentatie als tweede evaluatie. Het onderzoek en eindresultaat wordt dus klassikaal gepresenteerd. Je krijgt daarvoor 20 minuten de tijd. Via een duidelijke (én grafisch verantwoorde) presentatie van je project geef je een overtuigend relaas over je onderzoek. Bij de presentatie is de weergave van het proces van groot belang. De studenten leveren op de dag van presentatie het audiovisuele materiaal af aan de begeleiders.
Samengevat ziet het proces er als volgt uit
Input (Eindwerken en theoretische uiteenzetting,) => zoeken naar en bespreking van een op eigen werk toepasselijk wetenschappelijk Nieuw Media artikel ==> discussie en selectie teamopdracht (concept en taakverdeling) ==> wekelijkse bespreking (op Blog) ==> presentatie met individuele reflectie op het eigen werk
dinsdag 6 oktober 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten